2017-09-14

Een Romeinse villa naast de Schoone Grub te Rijckholt: speurtocht van 11 jaar

Misschien is dit wel een van de laatste echte geheimen die het Neolithisch gebied rond de Schoone Grub te Rijckholt nog aan ons toont: Romeinse bewoning, op nog geen 100 meter van de Schoone Grub en niet ver van de bekende Henkeput...

In een gebied waar al meer dan honderd jaar naar vuursteen wordt gezocht wordt Romeins materiaal makkelijk over het hoofd gezien: alle focus is gericht op het snijdend steen, het dof-grijze en glimmend zwarte vuursteen... de grondstof waarvan  door mensen zulke mooie artefacten werden gemaakt: mesjes, schrapers en bijlen...
Menig amateur-  archeoloog van binnen en buiten de provincie kent wel de beroemde vuursteenmijnen van Rijckholt, gelegen rond een diepe insnijding in het landschap, de Schoone Grub, waarlangs een aantal vuursteen ateliers zijn aangetroffen die stammen uit  het midden van het Neolithicum waar mensen van de Michelsberg cultuur vuursteen hebben bewerkt, bestemd voor de export in de wijde omgeving. Na de ontdekking van dit " Neolithische indistriegebied"
door Marcel De Puydt (1855- 1940) in 1881 kwam de belangstelling voor het gebied op gang. Achtereenvolgens kwamen hier in 1886 Graaf Renee de Geloes (destijds de burgemeester van Eijsden), in 1903 de heer Hamal- Nandrin (professor in Luik) die hier 50 jaar zou zoeken; tussen 1928 en 1932 werd onderzoek verricht door Franse paters Dominicanen... en later nog in de periode 1964 -1972 Dr. Van Giffen die hier opgravingen zou verrichten langs de wanden van de diepe insnijding, die terecht de  Schoone Grub wordt genoemd.

In de Henkeput, een ongeveer twaalf meter diepe put  op de rand van het plateau zijn Romeinse scherven aangetroffen welke door Graaf van Geloes uit Eijsden  in zijn collectie zijn  bewaard. Hoe deze scherven in de put waren gekomen en of zij wellicht zouden duiden op een Romeinse datering van de Henkeput was en is nog steeds aanleiding tot speculatie. Wat wel nu vaststaat is, dat de Romeinen op nog geen 300 meter van de Henkeput hebben gewoond in een villa, namelijk op een uitgestrekte kam aan de noordzijde van de Schoone Grub.

Er waren dus al enkele aanwijzingen die op Romeinse aanwezigheid in het vuursteenmijn gebied zouden wijzen: de scherven uit de Henkeput, een stuk vuursteen afkomstig van Rijckholt  aangetroffen in de muur te Tongeren ( Glauberman en Thorson, 2012 /fig. 4) een Romeinse dakpan gevonden te St. Geertruid -Steenbergen (Deeben et al., 2011) en aan de Voerenweg bij Gronsveld zijn resten van Romeins aardewerk op een akker gevonden (ARCHIS).

Hoe het begon...

Tussen 2005 en 2015 heeft de auteur een groot aantal malen een locatie bezocht die deel uitmaakt van St. Geertruid- Steenbergen.  Op deze locatie werd in 2006 al een stukje La Tène - glas gevonden, welke een heel klein deel is van een armband. Deze is gevonden op nog geen vijf meter van recent gestort modern bouwpuin, wat weer eens laat zien dat verschillende perioden wel heel snel door elkaar aan het oppervlak kunnen liggen.

Klein scherfje van een drie ribbige armband; type Haeverrnick 6b (Haevernick, 1960) Periode LTC/ D1 gebaseerd op blauwe kleur, periode 150-15 BC (Roymans & Verniers, 2010)

Het Romeinse materiaal is aanvankelijk aangetroffen als 'nevenvondsten" van de prospectie naar kleine werktuigen om zodoende Mesolithische aanwezigheid vast te stellen. Het meeste materiaal was. zoals te verwachten was,  Neolithisch

Tijdens een zoektocht naar artefacten uit het mesolithicum zijn evenzo bij toeval in 2008 een aantal scherven handgemaakt aardewerk gevonden.
Ruwe scherven van handgemaakt aardewerk trokken de aandacht. Zij zijn reducerend gebakken, waardoor de kern donkergrijs tot zwart is, en de klei bevat een typische magering waarin stukjes rood keramiek zichtbaar zijn

Naast deze scherven van handgemaakt aardewerk werden dan in 2009  heel kleine scherfjes gevonden van Terra sigillata, en later ook randscherven van zogenaamde mortaria, Romeinse wrijfschalen. Door de vaak geringe afmeting en door het feit dat de scherven vaak gelijkenis vertoonden met stukjes kalk of zelfs met de cortex van vuursteen, zijn dergelijke artefacten moeilijk te vinden...

De hele kleine scherfjes Terra sigillata  en gevonden randscherven wijzen duidelijk op Romeinse aanwezigheid op een terrein direct naast de Schoone Grub.

Omdat aardewerk in geploegde context sneller kan vervallen dan in onverstoorde bodem, is besloten om actief te zoeken naar aardewerk in de hoop meer te kunnen zeggen over gebruik van deze locatie in de Romeinse periode: na het vinden van de eerste zestig scherven uit de Romeinse tijd in 2009 was het duidelijk dat het op zijn minst een activiteiten zone moest zijn  uit de Romeinse tijd. Dat zou immers ook passen bij de een eeuw hiervoor in de Henkeput aangetroffen scherven uit de Romeinse tijd...
Aan bewoning werd dan nog niet gedacht. Er werden enkele blauwe glaskraaltjes gevonden, waarvan er een het uiterlijk en verwering heeft om in de Romeinse tijd te passen - maar glaskraaltjes laten zich moeilijk in een periode plaatsen. Wel werden steeds meer scherven gevonden, ook randscherven van van mortaria (2012). Deze randscherven lijken in het veld op stukken kalksteen die hier overal in het veld zichtbaar zijn.

Randscherven van Romeinse wrijfschalen duiden op bewoning, op gebruik in een keuken. Toch is dan bewoning ter plekke nog steeds niet vastgesteld. 

Dan in 2012 worden de eerste dakpanfragmenten geborgen. Niet dat deze niet zichtbaar waren in het veld- integendeel: nadat  het veld eens was geploegd en er een zware regenbui was geweest, kleurde de voren rood van de fragmentjes van de vele stukjes dakpan. Pas in 2012 werd de link gelegd, dat deze wel eens Romeins konden zijn. En ja, er werden fragmenten gevonden die qua dikte en uiterlijk precies uitzagen als Romeinse dakpannen.

Links een fragment van een platte pan (tegula) en rechts een oversluitende kromme pan de zogenaamde imbrix

Zoals te zien zijn de hoeken van de dakpan fragmenten flink afgerond, wat wijst op een lang verblijf in een eroderende helling. 

Enkele jaren later (2014) werd bij toeval een Romeinse munt van Hadrianus (134-137 AD) gevonden...

Munt van Hadrianus ( 134-137 AD) de twee glaskraaltjes en een scherf van geverfd aardewerk waarvan de verf is verdwenen.

Dan werden ook nog stukjes Romeins vensterglas aangetroffen (identiek aan het vensterglas gevonden te Bocholtz)  en gelukkig een randfragment: een randfragment van dit vlakglas loopt breder uit naar de rand toe en vertoont vaak nog sporen van hechting in een kozijn.
Schermafbeelding van gevonden glasfragmenten. Nummers 1-3 is vensterglas Voor een betere afbeelding zie het rapport 14829693 Academia edu (Groen, 2015) download bij referenties

Artefacten uit de Romeinse periode zijn hier niet makkelijk te vinden en zijn soms zelfs alleen bij bepaalde weertypen zichtbaar omdat ze zulke gelijkenis vertonen met de bodem waarin ze zich bevinden. In de hele periode  zijn in totaal ongeveer 300 scherven Romeins aardwerk en een slechts enkele  Romeinse artefacten gevonden.

Meer dan een activiteiten zone...
Langzaam werd dus duidelijk dat het om meer ging dan alleen maar een activiteiten zone. In de tussentijd was veel geleerd van Romeinse vondsten die gedaan zijn via prospecties rond Bocholtz tussen 2010 -2014 en zo kon in 2014 Romeins vensterglas worden vastgesteld. De vondsten uit 2014 en 2015 vertoonden duidelijke aanwijzingen voor het bestaan van een Romeinse villa (of meerdere gebouwen bijeen) en de locatie kwam steeds beter in beeld aan de hand van het verspreidingspatroon van gevonden dakpanfragmenten.

Op deze kaart, die vervaardigd is met behulp van de AHN viewer (Actueel Hoogtebestand Nederland) is duidelijk te zien hoe de positie is van de villa ten opzichte van de Schoone Grub. Het blauwe vierkant is het onderzochte gebied, de stippellijn stelt de veronderstelde ligging van een of meerdere Romeinse gebouwen voor. Rechts van het blauwe vierkant is een rechte lijn zichtbaar in het veld, welke door " hillshade" ( licht - donker, zogenaamde LIDAR techniek) zichtbaar is geworden. Deze rechte lijn zou een Romeinse weg kunnen zijn geweest die recht naar de villa voerde. We zien deze lijn ook nog kruisen, juist voor de veronderstelde ligging van het gebouw.  De Henkeput is  nog net  links geheel links op de kaart  als een zwarte stip zichtbaar op de plateaurand. In het geval de villa een wijngaard heeft gehad welke gelegen was  langs de Schoone Grub( waar nog brede terrassen liggen) zou hier ca 2- 3 hectare beschikbaar zijn geweest, welke dan wel mergel behoefde, wat uit de Henkeput gehaald zou kunnen zijn. De Henkeput zou tevens  zuivere grondstof (kalk) hebben kunnen leveren voor aanmaak van constructiemateriaal als muren, er is in een akker ook een fragment pleisterwerk gevonden. 
De locaties waar meerdere dakpanfragmenten bijeen zijn gevonden, elke concentratie bestaat uit minimaal 5 fragmenten, weergegeven met een ster ( opgemerkt in de periode 2005-2017) Ze blijken zich in een bepaald patroon te bevinden, gerelateerd aan een zwakke heuvelrug op het plateau, waarschijnlijk stond het gebouw hier in de lengterichting op. Ook m eer aar het oosten zijn nog enkele scherven Romeins aardewerk aangetroffen, zodat het hele gebied zelfs groter kan zijn. Waarom we relatief zo weinig oppervlaktevondsten aantreffen, zie kader


In 2015 is het eerste rapport verschenen met daarin de bewijzen voor het bestaan van een Romeinse villa op het terrein van de Neolithische vuursteenmijn van Rijckholt( Groen, 2015).
Dit rapport, gepubliceerd op bevatte de belangrijkste  vondsten uit de Romeinse periode en aanwijzingen voor het bestaan van een villa. Een zeer beknopt artikel is ook eerder al verschenen op Arbannig.

Waarom werd zo weinig gevonden? Afgezien van het feit dat aardwerkscherven erg veel gelijkenis vertonen met de bodem en het hier van nature voorkomende materiaal (vuursteen, veldkeitjes, brokjes kalk) en dat het aardwerk  wat hier is gevonden vaak behoorlijk gefragmenteerd is (je vindt vaak hele kleine stukjes Terra sigillata kleiner dan een vierkante centimeter) moeten er meerdere redenen zijn waarom aan het oppervlak weinig zichtbaar is. De gevonden dakpan fragmenten op veld VRBC, meer westelijk vertonen duidelijk afgeronde randen, wat wijst op langdurige erosie, het zijn opgeploegde fragmenten die  al langer in de bouwvoor aanwezig zijn. Op het naastliggende, iets hoger liggende deel van het terrein (VRBD) vinden we niet alleen minder fragmenten (hoewel nog aanzienlijk, op een middag zijn 46 kleinere stukken geteld) maar die stukken zijn aanzienlijk hoekiger en soms zelfs intact. Dat laatste wijst erop, dat mogelijke resten zich waarschijnlijk nog dieper in de bodem bevinden en wat opgeploegd wordt maar een heel klein deel is van wat zich nog dieper in de bodem zou bevinden. 




En nu, 2017...
Dit jaar zijn weer enkele prospecties uitgevoerd, uitsluitend gericht op het vaststellen van het bestaan van en de meer precieze locatie van de Romeinse villa.

 De aanvullende aanwijzingen vanuit veld -prospecties dit jaar bestaan niet alleen uit meer dakpanfragmenten, maar ook uit nog meer scherven aardewerk en enkele kleine fragmenten Romeins beton met een stukje (muur -) pleisterwerk, helaas was van een schildering niets te zien.

Romeins pleisterwerk en cement, welke structuur van een zijde gezien steeds fijner wordt waardoor uiteindelijk een gladde ( wand -) structuur ontstaat; de afbeelding toont de grove zijde.


Dit is dan hetzelfde fragment als hierboven, de andere zijde, zeg maar de muurzijde van het pleisterwerk,  welk glad is afgewerkt. Romeins beton( cement, mortar) laat zich herkennen aan stukken kalk gemengd  met (grof) kiezelzand en zwarte vulkanische deeltjes 


 Eveneens pleisterwerk, de gladde zijde. Dede was bevestigd op een  met ruwe kiezel bezet stuk cement, waarbij de grote kiezels hebben losgelaten  en een grillig patroon op de achterzijde hebben achtergelaten - de plaats waar de kiezels hebben gezeten is nog goed zichtbaar, zie foto hieronder


In een dwarsdoorsnede zien we nog enkele kiezels zitten


Een scherf van Terra sigillata van een bord. Waarschijnlijk gaat het om Argonne aardewerk


 Imitatie terra sigillata, met stempel. Dit aardewerk
 stamt vermoedelijk uit de vierde eeuw en is imitatie terra sigillata. Inderdaad, wanneer je de dwarsdoorsnede ziet van de scherf zie je dat het grijs aardewerk is, met ingesloten stukjes vulkanisch steen (zie foto hieronder) 




Ook is dit jaar nog een randscherf van een prehistorische pot gevonden, welke duidelijk afwijkt in type, magering  en uiterlijk. 

 Prehistorisch aardewerk, randscherf van een grote pot. 
In de magering vinden we verbrand vuursteen. Dergelijke vondsten zijn in dit gebied uitzonderlijk omdat de bodemomstandigheden meestal niet toelaten dat ze bewaard blijven. Deze scherf is mogelijk uit de Bronstijd.

 Dwarsdoorsnede van de prehistorische scherf



Opnieuw werd  geverfd aardewerk gevonden

Twee scherven van geverfd aardewerk in techniek b, met zandbestrooing.



Drie scherven geverfd aardewerk, waarschijnlijk afkomstig uit Keulen
De bovenste heeft typische versiering. Deze kunnen in de eerste en tweede eeuw na Christus worden gedateerd


Een flinke bodemscherf  welke van een enorme pot afkomstig miet zijn. We zien hier alleen de verbrande binnenzijde,waar nog vele kleine kiezeltjes in zichtbaar zijn. Het is waarschijnlijk een voorraadpot geweest.


Fragment bewerkt opaque glas, mogelijk Romeins

Een  denarius van  Gnaeus Cornelius Lentulus Marcellinus geslagen in 75/ 76 v.C. Dit was de gehele eerste eeuw nog wettig betaalmiddel en zal mogelijk samenhangen met de oudste fase van bewoning 

Opaque glas spinklosje (100- 300 AD)


Vondsten uit wijder gebied
De hier getoonde vondsten zouden een relatie kunnen hebben met een villa in het gebied. Voorzichtigheid blijft geboden!

Fragment pleister context: bos

Fragment vloer of opstaande rand , context bos

Geverfd pleisterwerk, context bos
Steen fragment met geverfde lijn


Bouwpuin fragment met bovenaan restant van dun pleisterwerk in lichtgroen kleur (microscopisch vastgesteld)

Conclusie en discussie

Vondsten aan het oppervlak gevonden zijn altijd buiten context en behoeven altijd een grote voorzichtigheid voor wat betreft interpretatie. Het is echter wel een probaat middel, om de aanwezigheid van menselijke activiteiten in bepaalde perioden en de globale aard hiervan voor archeologie aan te tonen.  In het onderzochte gebied zijn een groot aantal Romeinse vondsten gedaan (ca 300)  Aan de hand van het in kaart brengen  van deze vondsten (ca 300 scherven Romeins aardewerk, 40 bewaarde dakpanfragmenten en een handvol andere artefacten), gedaan over een periode van elf jaar (waarbij met tussenpozen van enkele jaren steeds is gezocht) kon worden vastgesteld dat de Romeinse bewoning zich waarschijnlijk uitstrekt over een gebied dat minstens 80 tot 100 meter lang is, in dit gebied komen steeds dakpanfragmenten voor. Bovendien zijn ze gerelateerd aan een het meer vlakke, licht oplopende deel van een verhoging in het landschap.
Een heel groot deel van het terrein vertoont echter helemaal geen vondsten; noch  dakpannen noch scherven... en dat is mogelijk goed nieuws. 
Want dat zou kunnen betekenen, dat de fundamenten van de villa waarschijnlijk nog dieper in de bodem liggen en wellicht bewaard zijn gebleven.

Er zijn in elk geval vanuit veld- prospecties de volgende conclusies te trekken.
1. Er is sprake van een of meerdere bebouwen, welke met pannen waren belegd.
2. Er is sprake van bewoning geweest, gelet op het voorkomen van potten en schalen die in een keuken werden gebruikt
3. Een (klein) deel van de ramen in het gebouw was dichtgemaakt met vensterglas, wat duidt op een (deel-) functie van een badhuis 
4. Er waren gepleisterde muren

Enkele andere veronderstellingen zijn slechts gebaseerd op waarnemingen op de kaart of in het veld:
1. De ingang van het gebouw lag vermoedelijk in het oosten, waar mogelijk een Romeinse weg rechtstreeks naar de villa voerde.
2. De locatie van het Romeins gebouw in het gebied  laat zelfs speculaties open over de mogelijke functie ervan, zoals een villa urbana of een villa die bijvoorbeeld gelieerd was aan wijnbouw. Ook andere functies zijn mogelijk, de plaats is verder van bekende heerbanen verwijderd.

Normaal vinden we Romeinse villa's namelijk meest langs en dichtbij de Romeinse hoofdwegen (Heerbanen). Op die wijze lag een Romeinse villa midden in het agrarische gebied en konden de oogsten van alle zijden worden aangevoerd en was er sprake van goede verbindingen met het omliggende gebied, ook om de producten weer verder te vervoeren. Hiervan lijkt te Rijckholt geen sprake te zijn.
Voorlopig is echter alleen aangetoond, dat Romeinse bewoning aan de rand van de Schoone Grub een feit is geweest.


Referenties

Aarts, M., De Fraiture, B., Jeneson, K., Verhart, L. (2012) 'Archeologische kroniek van Limburg’, in: Archeologische kroniek van Limburg, Jaarboek 2012 van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (Publications, Deel 148), pp. 236-238.


Antrop, M., Maeyer, P. de, Vandermotten, C. , Beyaert, e.a. (2006) België in kaart, de evolutie van het landschap in drie eeuwen cartografie ; Lannoo uitgeverij; pp. 53

Boe, G. de en Mertens, J.R. (1977) De Romeinse vicus op de Steenberg te Grobbendonk; Nationale dienst voor opgravingen, Brussel

Ceustermans R. (2009) Opgravingen op Steenbergen, unpublished report

Cuvelier J. en Huysmans,K, (1897) Toponymische studie over de oude en nieuwere plaatsnamen der gemeente Bilsen. Gent

De Boe G. en Lauwers, F.(1978) Oelegem: inheemse nederzetting, in Archeologie, zesmaandelijkse kroniek uitgegeven door het Nationaal Centrum voor Oudheidkundige Navorsingen in België, Brussel, 1978 -2, p. 99-100.

Deeben, J. Grooth, M.E.T. de Kort, J.W. de Lauwerier R.C.G.M. en Schegget , M.E.Ter; onder redactie van Deeben J. en  de Kort, J.W. (2011) Rapportage Archeologische Monumentenzorg 202 Het archeologische onderzoek in de omgeving van het prehistorische vuursteenmijnveld te Rijckholt-St. Geertruid: de resultaten van 2008 en 2009

Glauberman P. J. en Thorson R. M. (2012) Flint Patina as an Aspect of "Flaked Stone Taphonomy": A Case Study from the Loess Terrain of the Netherlands and Belgium


Groen, L.J. (2015)  Academia edu rapport 14829693 Evidence for Roman – Early Medieval habitation on the plateau at St. Geertruid - Steenbergen (NL)

Groen, L.J. (2017) Academia edu rapport" Roman Rijckholt " at St. Geertruid -Steenbergen, South Limburg (NL)An update after recent finds PDF

Haevernick, T.E.,(1960) Die Glasarmringe und Ringperlen der Mittel- und Spätlatènezeit auf dem europäischen Festland (Bonn 1960).

Roymans,N. en Verniers, (2010) Glass La Tène Bracelets in the Lower Rhine Region. Typology, Chronology and social Interpretation. In: Germania, 88, 2010, publ 2013

Fürnholzer, J. (2001) Feststellungsgrabung im römerzeitlichen Hügelgräberfeld am Steinberg, Leitersdorf im Raabtal, Steiermark. In: Archäologie im Raume Feldbach S. 20-31

Lauwerier, R., A. Müller en D. Smal (red.) (2011) Merovingers in een villa. Romeinse villa en Merovingisch grafveld Borgharen – Pasestraat. Onderzoek 2008-2009. Amersfoort


Lauwers, F. (1977) Sporen van een Gallo-Romeins dorp op de Evershoek te Oelegem, in Jaarboek 1977, Heemkundige kring "De Brakken v.z.w. Oelegem, p. 36-40.

Liefferinge, N. van (2009) Resultaten van het archeologisch onderzoek te Laakdal (Vorst) - Oost-Molenveld. AS rapportage 03

Richardson, R. E. (1999) Field names with possible Roman connection. In: Council for Independent Archaeology Newsletter 34 / Sheffield Conference

Schmid, D. en Schmidt-Lawrenz, S. (1997) Arch Ausgrabungen Baden-Württemberg

Schwanzar, C. (1992) Der römische Ziegelbrennofen von Fraham - OG Fraham, Bezirk Eferding, in Oberösterreich ; Oberösterreichischer Musealverein - Gesellschaft für Landeskunde

Steiner, A (2006) Südnorische Grabelemente und ihr Marmor . Frankfurter elektronische Rundschau zur Altertumskunde

Stuart P. 1977, Een Romeins grafveld uit de eerste eeuw te Nijmegen, Onversierde terra sigillata en gewoon aardewerk, Beschrijving van de verzamelingen in het Rijksmuseum G. M. Kam te Nijmegen. VIII Ministerie van CRMW.













No comments:

Post a Comment