2015-08-13

Romeinse bewoning op het plateau van St. Geertruid -Steenbergen (NL)

Dit artikel is een samenvatting in het Nederlands van een publicatie op Academia edu, Voor de originele publicatie,in het Engels, zie aldaar (link hieronder)


Inleiding
Op het plateau van St. Geertruid, niet ver van de bekende locatie van de Neolithische Vuursteenmijnen van Rijckholt, op een locatie met veldnaam "Steenbergen", zijn tijdens veld- prospecties resten gevonden welke wijzen op Romeinse bewoning. 
De vondsten, allen oppervlaktevondsten, zijn gedaan op een akker welke ongeveer 250 meter van de Henkeput zijn gelegen. Deze vondsten bestaan uit  scherven van Romeins aardwerk, fragmenten van een Romeinse ribkom, fragmenten van dakpannen, stukjes vensterglas (zeer waarschijnlijk Romeins) en een Romeinse munt.  Het is vooral de diversiteit van het aardewerk in combinatie met de andere vondsten, welke doet vermoeden dat de locatie Steenbergen in de Romeinse periode daadwerkelijk bewoond is geweest. 

Het toponiem Steenbergen: een aanwijzing voor Romeinse bewoning?
Het toponiem voor de locatie waar de vondsten uit de Romeinse tijd zijn gemaakt is Steenbergen. De aanname voor een mogelijke locatie van een villa op een locatie met een toponiem Steenbergen vinden we bv in de publicatie RAM 202 / pagina 41 (Deeben et al, 2011.).:

".... Steenbergen:.. Het gebied tussen de Schoone Grub en de Scheggelderweg heet 'Steenbergen' Bovendien wordt het gebied begrensd door het Savelsbos in het westen en de weg tussen Gronsveld en St. Geertruid De betekenis van de toponiem is onduidelijk. Mogelijk verwijst naar grind en de daaruit voortvloeiende arme grond. Soms [het woord] "stenen" in een toponiem verwijst ook naar de vroegere aanwezigheid van een Romeinse villa (vergelijk De Steenakkermolen bij Maasbracht) .... "
Een dergelijke relatie tussen de veldnaam Steenbergen en het mogelijke voorkomen ​​van een Romeinse villa werd ook gesuggereerd door Cuvelier & Huysmans in de late negentiende eeuw (Cuvelier en Huysmans, 1897, 152).
Meer voorbeelden van de relatie tussen de veldnaam Steenbergen en een Romeinse villa vinden we in België, zoals in Vorst - Oost- Laakdal, waar de Romeinse fundamenten werden waargenomen op een locatie langs een straat genaamd Steenbergen (Ceustermans, 2009; Van Liefferinge (2009). 
Rond 1960 werden deze archeologische resten in kaart gebracht, maar ongeveer tien jaar geleden waren ze helaas vernietigd door te (diep) ploegen. In het zogenaamde Pajottenland in Vlaams-Brabant, een provincie in België, in de buurt van het dorp met de naam Gooik, op een locatie gelegen op een plateau - rug met het naam Steenberg, gelegen tussen twee valleien, zijn  vele Romeinse dakpan fragmenten  opgevallen waaruit van het bestaan ​​van een Romeinse villa is geconcludeerd (Antrop et al., 2006).
Een ander opvallend voorbeeld van België met betrekking tot de Romeinse verband met het toponiem Steenbergen wordt zichtbaar middels de opgravingen van Antwerpen - Oelegem, waar een Romeinse nederzetting is uitgegraven (Inventaris Onroerend Erfgoed ID: 20695; Lauwers, 1977; De Boe en Lauwers, 1978). Er zijn nog een paar te noemen, zoals bijvoorbeeld de Romeinse vicus op de terril in Grobbendonk (De Boe & Mertens, 1977). 
In Duitsland, Romeinse bewoning is duidelijk in sommige gevallen waar de naam "Stein" (= steen) is betrokken, dat wil zeggen in Hechingen -Stein (Schmid &; Schmidt-Lawrenz, 1997; Höninger en Pfeiffer, 1998); een ander voorbeeld wordt gegeven door vondsten van een Romeinse villa in Steinberg (Staig, Donau vallei) (Rheinhardt, Museum Ulm, 1996) en door de Steinberg - Romeinse grafveld bij Leitersdorf / Mühldorf (Fürnholzer, 2001).
In Fraham (Oostenrijk) wordt de naam "Steinberg"  in verband gebracht  met een mogelijke Romeins gebouw, waarbij in dit leem rijk gebied in nagenoeg volledige afwezigheid van natuursteen, een oven voor tegels is vastgesteld (Schwanzar, 1992). Een ander voorbeeld uit Oostenrijk wordt gegeven door het toponiem Steinberg in de gemeenschap van Sankt Georgen- im - Lavanttal, waar de oude marmer steengroeve op de top, genaamd Spitzelofen-Marmer verwijst naar de Romeinse kolonisatie; dit was onderdeel van een Romeinse landgoed in de stad welke heden Allersdorf is genaamd (Steiner, 2006).
Omgekeerd zijn  Romeinse gebouwen ook dikwijls  gevonden op locaties met  die alleen de morfeem - 'steen' (= steen) bevatten, bv de Romeinse villa gevonden bij Borgharen - Pasestraat welke locatie wordt genoemd ('Op de Stein') (Lauwerier, Müller & Smal, 2011), zo ook  Villa Steenland in de gemeente Nuth (Aarts et al., 2012) en natuurlijk de Romeinse villa Stein in de gemeente van Stein (NL). Het morfeem 'steen' is ook onderzocht voor verbindingen met Romeinse bezetting in Groot-Brittannië en wordt als een  voorspellende factor gezien  voor het traceren van Romeinse voorwerpen (Richardson, 2002) In dit verband zou ik willen wijzen op de naam Eckelrade, een klein dorpje ongeveer 1 km van de nieuwe vondst locatie te Steenbergen;  dit  kan mogelijk ook verwijzen naar het woord Eccles / Egle, in de betekenis van  'kerk', welke naam dan  verwijst naar de Romeinse periode ( zie ook Putstraat, Eckelrade, Spieker Eckelrade, de laatste naam wellicht ook nog uit de IJzertijd.) (zie Richardson, 1999: 463); misschien zijn er nog  resten van een veel oudere kerk die  hier aanwezig kan zijn, als voortzetting van een vroegere ijzertijd nederzetting.
In het geval van St. Geertruid - Steenbergen, de locatie in het verlengde van de Romboutsweg vanaf Gronsveld, zou in eerste instantie ook gedacht kunnen worden aan steenhopen gerelateerd aan de vuursteenmijnen. Inderdaad, in de velden komen we veel bewerkt en onbewerkt vuursteen tegen. Echter, waarschijnlijk heeft mogelijke bebouwing in de Romeinse- vroeg middeleeuwse periode eveneens gelegen op het pad (Romboutsweg = Steenbergen), waar zich ook grote hoeveelheden relatief grote ijzerslakken in bevinden. Enkele vondsten van scherven Romeins aardewerk  langs deze veldweg in de richting van Eckelrade, doen vermoeden dat deze weg zeer oud is en langs een mogelijke Romeinse villa hebben geleid, welke villa dan gelegen zou hebben op het hogere deel van Steenbergen, links van de Romboutsweg gezien vanuit Eckelrade (tegenwoordig is daar een grote fruitboomgaard). Alleen geofysisch onderzoek of ander gericht archeologisch onderzoek zou meer kunnen aantonen van mogelijke bewoning.

De vondsten
Aardewerk- scherven van verschillende soorten aardewerk zijn aangetroffen (geverfde waar, grof gemagerde waar, scherven van terra sigillata en inheems Romeins aardewerk) welke wijzen op een bewoningszone, tezamen met een aantal (soms grof gemagerde)  dakpan fragmenten, diverse glas - fragmenten en een  munt uit de eerste helft van de 2e eeuw n. C. Op de akker was eerder al een fragment van LaTene glas gevonden, alsook potscherven welke duidelijk prehistorisch zijn. Voor afbeeldingen zie het artikel op Academia edu.

Referenties

Aarts, M., De Fraiture, B., Jeneson, K., Verhart, L. (2012) 'Archeologische kroniek van Limburg’, in: Archeologische kroniek van Limburg, Jaarboek 2012 van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (Publications, Deel 148), pp. 236-238.

Antrop, M., Maeyer, P. de, Vandermotten, C. , Beyaert, e.a. (2006) België in kaart, de evolutie van het landschap in drie eeuwen cartografie ; Lannoo uitgeverij; pp. 53

Boe, G. de & Mertens, J.R. (1977) De Romeinse vicus op de Steenberg te Grobbendonk; Nationale dienst voor opgravingen, Brussel

Ceustermans R. (2009) Opgravingen op Steenbergen, unpublished report

Cuvelier J. & Huysmans,K, (1897) Toponymische studie over de oude en nieuwere plaatsnamen der gemeente Bilsen. Gent 

De Boe G. en Lauwers, F.(1978)  Oelegem: inheemse nederzetting, in Archeologie, zesmaandelijkse kroniek uitgegeven door het Nationaal Centrum voor Oudheidkundige Navorsingen in België, Brussel, 1978 -2, p. 99-100.

Deeben, J. Grooth, M.E.T. de Kort, J.W. de Lauwerier R.C.G.M. en Schegget , M.E.Ter; onder redactie van Deeben J. &  de Kort, J.W. (2011)  Rapportage Archeologische Monumentenzorg 202 Het archeologische onderzoek in de omgeving van het prehistorische vuursteenmijnveld te Rijckholt-St. Geertruid: de resultaten van 2008 en 2009


Lauwerier, R., A. Müller en D. Smal (red.) (2011)  Merovingers in een villa. Romeinse villa en Merovingisch grafveld Borgharen – Pasestraat. Onderzoek 2008-2009. Amersfoort

Lauwers, F. (1977) Sporen van een Gallo-Romeins dorp op de Evershoek te Oelegem, in Jaarboek 1977, Heemkundige kring "De Brakken v.z.w. Oelegem, p. 36-40.

Liefferinge, N. van (2009)  Resultaten van het archeologisch onderzoek te Laakdal (Vorst) - Oost-Molenveld. AS rapportage 03

Richardson, R. E. (1999) Field names with possible Roman connection. In: Council for Independent Archaeology Newsletter 34 / Sheffield Conference


Schmid, D. & Schmidt-Lawrenz, S. (1997) Arch Ausgrabungen Baden-Württemberg 

Schwanzar, C. (1992)  Der römische Ziegelbrennofen von Fraham - OG Fraham, Bezirk Eferding, in Oberösterreich ; Oberösterreichischer Musealverein - Gesellschaft für Landeskunde

Steiner, A (2006) Südnorische Grabelemente und ihr Marmor . Frankfurter elektronische Rundschau zur Altertumskunde

Stuart P. 1977, Een Romeins grafveld uit de eerste eeuw te Nijmegen, Onversierde terra sigillata en gewoon aardewerk, Beschrijving van de verzamelingen in het Rijksmuseum G. M. Kam te Nijmegen. VIII Ministerie van CRMW. 


No comments:

Post a Comment