2015-11-03

Voorbeelden van landschapselementen en prehistorie: depressies in het landschap


Francais: voir plus bas, s.v.p.


English: please  scroll down


Inleiding
Het landschap is in de prehistorie meer dan nu van doorslaggevende betekenis geweest voor de mogelijkheden om zich te vestigen, te verplaatsen en zich van voedsel te voorzien. Hiervan zijn talloze voorbeelden bekend, variërend van het zich verplaatsen over de midden terrassen langs beken en rivieren tot  het verblijven op hoge plateaus met weids panorama.
In het landschap was het ook belangrijk vaste punten te vinden, waar je kon afspreken, maar ook om je te oriënteren hoe ver je al was. in uitgestrekte dichte boslandschappen, waarin heuveltoppen niet goed zichtbaar waren, vormden poelen of moerassen vaak vaste oriëntatiepunten. Andere punten voor oriëntatie waren bijvoorbeeld  bijzonder oude bomen, de samenvloeiing van beken of rivieren, een grot, een plotselinge verhoging in het landschap, speciaal gevormde rotsen, enz. enz.
Depressies in het landschap zijn vrijwel altijd watervoerend geweest (zoals vennen, vijvers of  verdiepte moerassen).  In de prehistorie en zijn belangrijke plaatsen geweest voor de prehistorische mens: als vaste, onveranderde punten in het landschap, ter oriëntatie, als pleisterplaatsen voor mens en dier, als plaatsen waar leem werd gewonnen, en later als drinkplaatsen voor het vee.

Putten (NL): het  Solsche Gat
Wie op de Veluwe kijkt naar het Solsche Gat  ziet een grote, meer dan 8 meter diepe kuil, welke  zeer waarschijnlijk in de laatste IJstijd als pingo ruïne is ontstaan: door ijsdruk is een enorm gat ontstaan, waar later smeltwater uit naar omlaag is gestroomd. Onderin de kuil ligt nog steeds  een moeras en  bevindt zich water, hierin is een bijzondere vegetatie te vinden. Vroeger was  het moeras begroeid.
Rond het Solsche Gat zijn legendes ontstaan, en het is zeker dat dergelijke plaatsen tot de verbeelding hebben gesproken vanaf dat ze zijn ontstaan. Opvallend is, dat een prehistorische weg, De Laak ( betekent grens en is nog de gemeentegrens en de grens  tussen Sprielder-  en Speulderbos)  langs het Solsche Gat loopt, waarlangs ook grafheuvels liggen (Hegener, 1995), hetgeen wil zeggen dat deze weg al enkele duizenden jaren oud zal zijn.
De diepte van Het Solsche Gat maakt het onwaarschijnlijk dat er door mensen is gegraven, zeker niet voor leemwinning, want daartoe is op eroderende  plateauranden op lagere plaatsen de leem eenvoudiger toegankelijk (vergelijk leemkuilen uit bv. het  Gaasterland).

                                          Afbeelding: Het Solsche Gat bij Putten (NL) afb. wikipedia
Image: Solse Gat in Putten (NL) Fig wikipedia.
Image: Le Solse Gat à Putten (NL); image de wikipedia. 

In dit mooie beukenbos in de Franse streek Lorraine ligt, in de gemeente Hettange - Grande een vergelijkbare depressie als het Solse Gat, met een diepte  van ca 10 meter, met dezelfde kenmerken namelijk een moeras met bijzondere vegetatie, waarin zich ook water bevind (leemhoudende bodem) , waarlangs een pad voert. in hetzelfde bos zijn door J.- Y. Ringenbach nog acht andere, vergelijkbare depressies waargenomen.
Afbeelding: de depressie in het bos van Soetrich (F) zou 
zeer wel een oude pingoruine uit de laatste ijstijd kunnen zijn, 
het vertoont dezelfde kenmerken als die van het Solsche Gat in Nederland.
Image: The depression in the Forest de Soetrich (F) would
very well be an old pingoruine from the last ice age,
the same characteristics as those of the Solsche Gat in the Netherlands.
Image: La dépression dans le Forêt de Soetrich (F) serait
très bien être une vieille pingoruine de la dernière ère glaciaire,
les mêmes caractéristiques que celles du Solse Gat aux Pays-Bas.

Nabij  het nabijgelegen Breistroff - La Grande vinden we de Heiligenstein, een kruis waarvan het fundament duidelijk uit de voorchristelijke periode dateert. Het kruis zelf is uit 1734. Achter dit kruis, in het bos vinden we een komvormig moeras in een laagte, van waaruit  een gegraven rondlopende gracht zichtbaar is. 

 Moeras  achter de Heiligenstein van waaruit een ringvormige gracht is gegraven. De functie hiervan is onduidelijk. Is het een voorstelling van de levensloop? 
Swamp behind the Heiligenstein from which an annular ditch was dug. Its function is unclear. It is a representation of the life?
Marais derrière le Heiligenstein à partir de laquelle un fossé annulaire a été creusé. Sa fonction est claire. Il est une représentation de la cercle de vie? 

Het moeras (M) met een greppel (F) welke afloopt en weer terugkomt in het moeras;ernaast een hoogte (H). Alle ingrediënten voor een sacrale plaats  uit de prehistorie zijn hier aanwezig. Mogelijk is de hoogte gebruikt als centrale plaats.
The Swamp (M) with a ditch (F) that expires and comes back in the marsh, next to it a height (H). All the ingredients for a sacred place in prehistoric times are here. Possibly, the height is used as a central location.
Le Marais (M) d'un fossé (F) qui expire et revient dans le marais, à côté de lui une hauteur (H). Tous les ingrédients pour un lieu sacré à l'époque préhistorique sont ensemble Eventuellement, la hauteur a été utilisé comme un emplacement central.


Kleine leemkuilen
Kleine, onnatuurlijke poelen zijn dikwijls gegraven tot een diepte van enkele meters, vooral voor de winning van klei. Vaak vinden we in dergelijke gebieden pottenbakkers activiteiten of faciliteiten tot het bakken van tegels of dakpannen, zie bijvoorbeeld bij Berg en Dal waar kleiputten zijn gevonden van Romeinse oorsprong, of nabij Brunssum in Zuid- Limburg. Het leem werd ook gebruikt voor als bouwmateriaal, als afwerking van wanden en vloeren.

Reizen door het landschap: nu en in de prehistorie
Wie tegenwoordig door het landschap reist wordt geholpen door aanwijzingen, die ons duidelijk maken hoe ver we al zijn op weg naar ons doel. Niet alleen als we door vreemd gebied reizen hebben we behoefte aan houvast onderweg "hoever zijn we al?" "O we zijn al halverwege". In de prehistorie zijn heuveltoppen, moerassen, depressies, poelen en andere referentiepunten gebruikt om door een uitgestrekt bebost landschap te reizen.

  Onderweg helpen richting borden ons, dit is niet alleen zo in het buitenland, maar zelfs in een  bekende omgeving gebruiken we ze onbewust.Afbeelding wikipedia
On our way, directional signs help us to confirm our direction not only abroad, but even in familiar places we unconsciously use them to measure progress of our trip
Pendant notre voyage,des panneaux directionnels nous aident, c'est pas seulement à l'étranger mais même dans des endroits familiers nous les utilisons inconsciemment, p.e. pour mésurer le progrès de notre voyage.

De Bemelerberg zal ook al in de prehistorie een markant punt zijn geweest; vanaf de hoogte was het hele Maasdal te overzien.Vuursteen werktuigen zijn dan ook op de Bemelerberg gevonden.
The Bemelerberg will even in prehistoric times have been a landmark; from the height the entire Meuse Valley could be overlooked.At the Bemelerberg flint tools were found.
Le Bemelerberg était, même dans les temps préhistoriques  un point de repère; à partir de la hauteur c'était possible de  superviser toute la vallée de la Meuse. Ici on trouve aussi des objets en silex.







Introduction
In prehistoric times, the landscape has been even more than now, a crucial place for the ability to settle, to move and to provide themselves with food. From these, many examples are known, ranging from the move over the middle terraces along streams and rivers, till  the settling on high plateaus with wide panoramas. In the landscape, it was also important to find fixed points where you could meet, but also to orientate, especially in vast dense forest landscapes, where hilltops were practically invisible, so ponds or swamps often served as fixed landmarks. Other points of orientation for example, were the very old trees, the confluence of streams or rivers, a cave, a sudden rise in the landscape "Cape", sculpted rocks, etc. etc. Depressions in the landscape are almost always aquifer (such as ponds, reservoirs or  deepened
swamps).During prehistoric times these formed important places for prehistoric man: a fixed, unchanged reference point in the landscape, for orientation, as stopping places, both  for humans and animals but also  as places where clay was mined, and later as a watering holes for livestock.
An example :Putten (NL): The Solsche Gat ( large depression) When we look at the depression named  " the Solsche Gat" in the region of the dutch  "Veluwe", you'll see a large, more than eight meters deep pit, which very likely is a relict from the last Ice Age, probably the remains of a very large pingo ruin phenomena: by ice pressure  a huge gap opened, which later filled up with melting water,  flowed down. At the bottom of the pit, there's  still alarge  swamp ( as a child I could cross this swamp by a special path, only locals knew) and there is water in this where we find a particular vegetation. Previously, it was  a large overgrown marsh. Around the Solsche Gat several  legends arose, and it is certain that such places have captured the imagination from which they arose. Notably, a prehistoric road, named "The Laak"  this means in dutch 'border' and is the municipal boundary and the boundary between Sprielder- and Speulderbos) runs along the Solsche Gat, along which lie mounds (Hegener, 1995), which means that this path already  will be several thousand years  old. The depth of the Solsche Gat makes it unlikely that there has been any digging by humans, especially for clay extraction, because to do so is eroding plateau edges lower to place the clay more easily accessible (compare Leemkuilen from eg. The Frisian Gaasterland). Moreover, digging always gives remarkable patterns in the landscape.
Forest of Soetrich (F)
The forest is located in the French Lorraine region, in the town of Hettange Grande similar depression as it Solse Gat, with a depth of 10 meters, with the same characteristics namely a swamp with special vegetation, which alsohas stagnant water (loamy soil) , along which performs a path. in the same forest  eight other similar depressions observed
by J.- Y. Ringenbach.
Travelling through the countryside now and in prehistory
Travveling through the landscape  we are supported  by clues that show us how far we are already on our way to our goal. Not only as we travel through a strange area we need to hold the road, but we want to know:  "where we are already?" or confirm our progress: "Oh, we're halfway there." 
In prehistory, this was the same: remarkable objects, like hilltops, depressions and moors were taken as reference points in the prehistoric landscape. 

 
Introduction 
Meme plus que maintenant, le paysage a été crucial pour la capacité de régler, de déplacer et de se procurer de la nourriture. Parmi ceux-ci, de nombreux exemples sont connus, allant des routes alentour  des moyennes terrasses le long des ruisseaux et des rivières, jusqu'a  des sites sur les hauts plateaux, avec large panorama. Dans le paysage, il était également important de trouver des points fixes, comme des pointes de référence,  où vous pourriez rencontrer, mais aussi pour vous orienter la route dans de vastes paysages forestiers denses, où les collines ne sont presque pas visibles, les étangs formés ou marécages monuments souvent fixe. Autres points d'orientation par exemple, étaient les très vieux arbres, le confluent des ruisseaux ou rivières, les grottes ou abries, une hausse soudaine dans le paysage, les rochers sculptés, etc., etc.
Dépressions dans le paysage sont presque toujours des aquifères (tels que les étangs, les réservoirs ou les marécages approfondis). Pendant la préhistoire c'étaient des lieux importants pour l'homme préhistorique: pointe de réference, inchangé dans le paysage, pour l'orientation, comme pointes de rendez- vous, l'accueil pour les humains et les animaux, comme aussi plus tard des lieux où l'argile a été extrait, et encore plus tard - notamment en Médiévale) comme un arrosoir trous pour le bétail.
Un exemple: Putten (NL):  une depression nommé: Le Solse Gat ( comme :"Trou de Soleil")
En observant  Solse Gat, grande depression dans la région néerlandaise Veluwe  avec un profondeur de plus de huit mètres, qui très probablement dans la dernière période glaciaire, Pingo ruine se pose: par la pression de la glace est un énorme fossé ouvert, qui fondent plus tard, l'eau coulait. Au fond de la fosse est encore un marécage et il ya de l'eau dans ce est de trouver une végétation particulière. Auparavant, il était envahi marais.Autour des légendes Solse Gat se pose, et il est certain que ces lieux ont capturé l'imagination desquels ils découlent. Notamment, une route préhistorique, nommé Le  Laak (ce nom signifie en néerlandais  'la frontière'  qui  est  actuellement la limite municipale et la frontière entre deux forets, le Sprielder- et Speulderbos) longe le Solse Gat, le long de laquelle se trouvent des tumuli  préhistoriques(Hegener, 1995), ce qui signifie que cette voie  sera  déjà vieux: plusieurs milliers d'années. Avec la grande  profondeur du Solse Gat  c'est peu probable qu'il a été creusé par l'homme, en particulier pour l'extraction de l'argile, parce que cela érode plateau bords inférieurs de placer l'argile plus facilement accessibles (à partir par exemple de comparer Leemkuilen. Le Gaasterland, Frise ).En plus: creuser est toujours visible avec des traces, et pourquoi creuser  8 metres pour l'argile?
Forêt de Soetrich (F)
La belle forêt  de soetrich en Lorraine (Moselle) est située dans la région Lorraine française, dans la ville de Hettange - Grande, c'est une  dépression  qui 
est très similaire à celle que le  Solse Gat, avec une profondeur de 10 mètres, avec les mêmes caractéristiques à savoir un marais avec une végétation particulière, où l'eau permanent a également (sol limoneux) le long de laquelle effectue un trajet, en forme d'un gully;  dans la même forêt  huit autres dépressions similaires ont été observés par J.- Y. Ringenbach, mais pas du meme origine.
Voyage à travers la campagne: au jour d hui et pendant la préhistoire...
En voyageant à travers du  paysage on est aidé par des indices qui nous montrent à quel point nous sommes déjà sur le chemin de notre objectif. Pas seulement que nous voyageons à travers la zone étrange nous devons tenir la route "où nous sommes déjà?" ou  "Oh, nous sommes à mi-chemin." 
Pendant la préhistoire, ce sont les mêmes choses, indiquant notre route: des  objets remarquables, comme des hauts  collines, des dépressions et les lande, s ont été prises comme points de référence dans le paysage préhistorique.

Referenties/ Internet
Hegener, M; Archeologie van het landschap. Uitgeverij Contact, Amsterdam

2015-08-13

Romeinse bewoning op het plateau van St. Geertruid -Steenbergen (NL)

Dit artikel is een samenvatting in het Nederlands van een publicatie op Academia edu, Voor de originele publicatie,in het Engels, zie aldaar (link hieronder)


Inleiding
Op het plateau van St. Geertruid, niet ver van de bekende locatie van de Neolithische Vuursteenmijnen van Rijckholt, op een locatie met veldnaam "Steenbergen", zijn tijdens veld- prospecties resten gevonden welke wijzen op Romeinse bewoning. 
De vondsten, allen oppervlaktevondsten, zijn gedaan op een akker welke ongeveer 250 meter van de Henkeput zijn gelegen. Deze vondsten bestaan uit  scherven van Romeins aardwerk, fragmenten van een Romeinse ribkom, fragmenten van dakpannen, stukjes vensterglas (zeer waarschijnlijk Romeins) en een Romeinse munt.  Het is vooral de diversiteit van het aardewerk in combinatie met de andere vondsten, welke doet vermoeden dat de locatie Steenbergen in de Romeinse periode daadwerkelijk bewoond is geweest. 

Het toponiem Steenbergen: een aanwijzing voor Romeinse bewoning?
Het toponiem voor de locatie waar de vondsten uit de Romeinse tijd zijn gemaakt is Steenbergen. De aanname voor een mogelijke locatie van een villa op een locatie met een toponiem Steenbergen vinden we bv in de publicatie RAM 202 / pagina 41 (Deeben et al, 2011.).:

".... Steenbergen:.. Het gebied tussen de Schoone Grub en de Scheggelderweg heet 'Steenbergen' Bovendien wordt het gebied begrensd door het Savelsbos in het westen en de weg tussen Gronsveld en St. Geertruid De betekenis van de toponiem is onduidelijk. Mogelijk verwijst naar grind en de daaruit voortvloeiende arme grond. Soms [het woord] "stenen" in een toponiem verwijst ook naar de vroegere aanwezigheid van een Romeinse villa (vergelijk De Steenakkermolen bij Maasbracht) .... "
Een dergelijke relatie tussen de veldnaam Steenbergen en het mogelijke voorkomen ​​van een Romeinse villa werd ook gesuggereerd door Cuvelier & Huysmans in de late negentiende eeuw (Cuvelier en Huysmans, 1897, 152).
Meer voorbeelden van de relatie tussen de veldnaam Steenbergen en een Romeinse villa vinden we in België, zoals in Vorst - Oost- Laakdal, waar de Romeinse fundamenten werden waargenomen op een locatie langs een straat genaamd Steenbergen (Ceustermans, 2009; Van Liefferinge (2009). 
Rond 1960 werden deze archeologische resten in kaart gebracht, maar ongeveer tien jaar geleden waren ze helaas vernietigd door te (diep) ploegen. In het zogenaamde Pajottenland in Vlaams-Brabant, een provincie in België, in de buurt van het dorp met de naam Gooik, op een locatie gelegen op een plateau - rug met het naam Steenberg, gelegen tussen twee valleien, zijn  vele Romeinse dakpan fragmenten  opgevallen waaruit van het bestaan ​​van een Romeinse villa is geconcludeerd (Antrop et al., 2006).
Een ander opvallend voorbeeld van België met betrekking tot de Romeinse verband met het toponiem Steenbergen wordt zichtbaar middels de opgravingen van Antwerpen - Oelegem, waar een Romeinse nederzetting is uitgegraven (Inventaris Onroerend Erfgoed ID: 20695; Lauwers, 1977; De Boe en Lauwers, 1978). Er zijn nog een paar te noemen, zoals bijvoorbeeld de Romeinse vicus op de terril in Grobbendonk (De Boe & Mertens, 1977). 
In Duitsland, Romeinse bewoning is duidelijk in sommige gevallen waar de naam "Stein" (= steen) is betrokken, dat wil zeggen in Hechingen -Stein (Schmid &; Schmidt-Lawrenz, 1997; Höninger en Pfeiffer, 1998); een ander voorbeeld wordt gegeven door vondsten van een Romeinse villa in Steinberg (Staig, Donau vallei) (Rheinhardt, Museum Ulm, 1996) en door de Steinberg - Romeinse grafveld bij Leitersdorf / Mühldorf (Fürnholzer, 2001).
In Fraham (Oostenrijk) wordt de naam "Steinberg"  in verband gebracht  met een mogelijke Romeins gebouw, waarbij in dit leem rijk gebied in nagenoeg volledige afwezigheid van natuursteen, een oven voor tegels is vastgesteld (Schwanzar, 1992). Een ander voorbeeld uit Oostenrijk wordt gegeven door het toponiem Steinberg in de gemeenschap van Sankt Georgen- im - Lavanttal, waar de oude marmer steengroeve op de top, genaamd Spitzelofen-Marmer verwijst naar de Romeinse kolonisatie; dit was onderdeel van een Romeinse landgoed in de stad welke heden Allersdorf is genaamd (Steiner, 2006).
Omgekeerd zijn  Romeinse gebouwen ook dikwijls  gevonden op locaties met  die alleen de morfeem - 'steen' (= steen) bevatten, bv de Romeinse villa gevonden bij Borgharen - Pasestraat welke locatie wordt genoemd ('Op de Stein') (Lauwerier, Müller & Smal, 2011), zo ook  Villa Steenland in de gemeente Nuth (Aarts et al., 2012) en natuurlijk de Romeinse villa Stein in de gemeente van Stein (NL). Het morfeem 'steen' is ook onderzocht voor verbindingen met Romeinse bezetting in Groot-Brittannië en wordt als een  voorspellende factor gezien  voor het traceren van Romeinse voorwerpen (Richardson, 2002) In dit verband zou ik willen wijzen op de naam Eckelrade, een klein dorpje ongeveer 1 km van de nieuwe vondst locatie te Steenbergen;  dit  kan mogelijk ook verwijzen naar het woord Eccles / Egle, in de betekenis van  'kerk', welke naam dan  verwijst naar de Romeinse periode ( zie ook Putstraat, Eckelrade, Spieker Eckelrade, de laatste naam wellicht ook nog uit de IJzertijd.) (zie Richardson, 1999: 463); misschien zijn er nog  resten van een veel oudere kerk die  hier aanwezig kan zijn, als voortzetting van een vroegere ijzertijd nederzetting.
In het geval van St. Geertruid - Steenbergen, de locatie in het verlengde van de Romboutsweg vanaf Gronsveld, zou in eerste instantie ook gedacht kunnen worden aan steenhopen gerelateerd aan de vuursteenmijnen. Inderdaad, in de velden komen we veel bewerkt en onbewerkt vuursteen tegen. Echter, waarschijnlijk heeft mogelijke bebouwing in de Romeinse- vroeg middeleeuwse periode eveneens gelegen op het pad (Romboutsweg = Steenbergen), waar zich ook grote hoeveelheden relatief grote ijzerslakken in bevinden. Enkele vondsten van scherven Romeins aardewerk  langs deze veldweg in de richting van Eckelrade, doen vermoeden dat deze weg zeer oud is en langs een mogelijke Romeinse villa hebben geleid, welke villa dan gelegen zou hebben op het hogere deel van Steenbergen, links van de Romboutsweg gezien vanuit Eckelrade (tegenwoordig is daar een grote fruitboomgaard). Alleen geofysisch onderzoek of ander gericht archeologisch onderzoek zou meer kunnen aantonen van mogelijke bewoning.

De vondsten
Aardewerk- scherven van verschillende soorten aardewerk zijn aangetroffen (geverfde waar, grof gemagerde waar, scherven van terra sigillata en inheems Romeins aardewerk) welke wijzen op een bewoningszone, tezamen met een aantal (soms grof gemagerde)  dakpan fragmenten, diverse glas - fragmenten en een  munt uit de eerste helft van de 2e eeuw n. C. Op de akker was eerder al een fragment van LaTene glas gevonden, alsook potscherven welke duidelijk prehistorisch zijn. Voor afbeeldingen zie het artikel op Academia edu.

Referenties

Aarts, M., De Fraiture, B., Jeneson, K., Verhart, L. (2012) 'Archeologische kroniek van Limburg’, in: Archeologische kroniek van Limburg, Jaarboek 2012 van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (Publications, Deel 148), pp. 236-238.

Antrop, M., Maeyer, P. de, Vandermotten, C. , Beyaert, e.a. (2006) België in kaart, de evolutie van het landschap in drie eeuwen cartografie ; Lannoo uitgeverij; pp. 53

Boe, G. de & Mertens, J.R. (1977) De Romeinse vicus op de Steenberg te Grobbendonk; Nationale dienst voor opgravingen, Brussel

Ceustermans R. (2009) Opgravingen op Steenbergen, unpublished report

Cuvelier J. & Huysmans,K, (1897) Toponymische studie over de oude en nieuwere plaatsnamen der gemeente Bilsen. Gent 

De Boe G. en Lauwers, F.(1978)  Oelegem: inheemse nederzetting, in Archeologie, zesmaandelijkse kroniek uitgegeven door het Nationaal Centrum voor Oudheidkundige Navorsingen in België, Brussel, 1978 -2, p. 99-100.

Deeben, J. Grooth, M.E.T. de Kort, J.W. de Lauwerier R.C.G.M. en Schegget , M.E.Ter; onder redactie van Deeben J. &  de Kort, J.W. (2011)  Rapportage Archeologische Monumentenzorg 202 Het archeologische onderzoek in de omgeving van het prehistorische vuursteenmijnveld te Rijckholt-St. Geertruid: de resultaten van 2008 en 2009


Lauwerier, R., A. Müller en D. Smal (red.) (2011)  Merovingers in een villa. Romeinse villa en Merovingisch grafveld Borgharen – Pasestraat. Onderzoek 2008-2009. Amersfoort

Lauwers, F. (1977) Sporen van een Gallo-Romeins dorp op de Evershoek te Oelegem, in Jaarboek 1977, Heemkundige kring "De Brakken v.z.w. Oelegem, p. 36-40.

Liefferinge, N. van (2009)  Resultaten van het archeologisch onderzoek te Laakdal (Vorst) - Oost-Molenveld. AS rapportage 03

Richardson, R. E. (1999) Field names with possible Roman connection. In: Council for Independent Archaeology Newsletter 34 / Sheffield Conference


Schmid, D. & Schmidt-Lawrenz, S. (1997) Arch Ausgrabungen Baden-Württemberg 

Schwanzar, C. (1992)  Der römische Ziegelbrennofen von Fraham - OG Fraham, Bezirk Eferding, in Oberösterreich ; Oberösterreichischer Musealverein - Gesellschaft für Landeskunde

Steiner, A (2006) Südnorische Grabelemente und ihr Marmor . Frankfurter elektronische Rundschau zur Altertumskunde

Stuart P. 1977, Een Romeins grafveld uit de eerste eeuw te Nijmegen, Onversierde terra sigillata en gewoon aardewerk, Beschrijving van de verzamelingen in het Rijksmuseum G. M. Kam te Nijmegen. VIII Ministerie van CRMW. 


2015-07-25

Mosaic stones from the roman period / Pierres de mosaïque de l'époque romaine


In the field these objects are very hard to find, but, when you are used to search for microliths or other tiny objects, it is very normal to find them: mosaic stones from the roman period.
These objects, called "tesserae"  usually are square in shape and range in size between 0,5 x 0,5 x 0,5 up to  circa 1,3 x 1,3 x 1,3 cm.
We find them, mainly made from two different materials: marble and opaque, not translucent glass. Sometimes they are also made of translucent glass and pottery parts ( mainly for red and orange colors).
These tesserae form the mosaic stones for beautiful mosaic art, that used to decorate the floors and walls in roman villa's from the early  till late roman period.
Only a single mosaic stone, found in the field  could give  an important indication about the existence of a Roman villa and especially give information about the owner of the villa who had to be rich.
Even if the original decoration pattern is not known, the type and colors of mosaic stones and used colors could give some indication about the type of decoration: for example, white and black mosaic stones were used for simple repeating geometric patterns.
Below, a number of images of colored mosaic stones, found east of Bocholtz( NL) The fish figure is hypothetical and based on an original found in Ostia in Italy.
For further reading about these finds,(and other finds from the surface) and references about Roman mosaic see the article at Academia edu

Preliminary report on surface finds associated with two Roman villas near Bocholtz (NL)

Sur le terrain ces objets sont très difficiles à trouver, mais, quand vous êtes habitué à chercher des microlithes ou d'autres petits objets, il est tout à fait normal de les trouver: les pierres de mosaïque de l'époque romaine. Ces objets nommés 'tesselles' sont généralement de forme carrée et varient en taille entre 0,5 x 0,5 x 0,5 x 1,3 jusqu'à environ 1,3 x 1,3 cm.
On les retrouve principalement fabriqués à partir de deux matériaux différents: le marbre et verre opaque, alors non translucide. Parfois, ils sont également faites de verre translucide et pièces de poterie (principalement pour les couleurs rouge et orange).
Ces tesselles forment les pierres de mosaïque pour une belle forme d'art de la mosaïque, qui servent à décorer les planchers et les murs de la villa romaine  du début jusqu'à la fin de la période romaine.
Encore une seule mosaïque de pierre, trouvée sur un champ labouré pourrait donner une indication importante sur l'existence d'une villa romaine et surtout donner des informations sur le propriétaire de la villa qui a dû être riche.
Même si le motif de décoration originale est pas connu, le type et couleurs de pierres de mosaïque et les couleurs utilisées pourrait donner une indication sur le type de décoration:par exemple, blancs et noirs pierres de mosaïque ont été utilisés pour des motifs géométriques répétitifs simples. Ci-dessous, un certain nombre d'images de pierres mosaïque colorés, trouvés sur des champs est de Bocholtz (Pays-Bas). L'illustration de poisson est hypothétique et basé sur un original trouvé à Ostie en Italie.
Pour plus d'information , et des références sur les pierres de mosaic Romaines, voir aussi le lien direct

Preliminary report on surface finds associated with two Roman villas near Bocholtz (NL)
Réport  seulement en Anglais.


A small green opaque glass tessera at the surface of the prospected field.
Un petit  tessera vert de verre opaque à la surface du champ prospecté.




Image au dessus: Teselles en couleurs variables



Image au dessus: rangée supérieure gauche: Variation en dimensions dans une groupe de tesselles en marbre noires; droit: Deux teselles en couleur rouge d'origine poterie;  et en bas on voit 8 tesselles montrant le ciment 

Un rouge tesselle opaque de verre rare, avec des lignes noires parallèles inclus




tessera en cobalt bleu, des points d'impact par martelage sur tesselles, schématique  et un petit pic marteau pour adjuster des tesselles.




The original fish mosaic from Ostia, which were used as an example
La mosaïque de poisson d'origine d'Ostia (Italia), qui a été utilisé comme un exemple

Example of what is possible with the mosaic stones from Bocholtz.
Exemple de ce qui est possible avec les pierres mosaïque de Bocholtz.


References

Baino F., Quaglia A. (2012). Evidences of glass-ceramic white opaque tesserae from Roman age:
a thermo-analytical approach. In: Materials letters, vol. 74, pp. 194-196. - ISSN 0167-577X; Porto, the institutional repository of the Politecnico di Torino

Banning, E. B. (2002) Archaeological Survey. Series: Manuals in Archaeological Method, Theory and Technique. Kluwer Academic/Plenum Publishers, New York

Crummy, N. (1995) Colchester Archaeological Report 2: The Roman Small Finds from Excavations in Colchester 1971-9.Colchester Archaeological Trust Ltd.

Dunbabin K.M.D. (1999) Mosaics of the Greek and Roman world; Cambridge

Goossens, W., (1916) Die römische Villa bei Vlengendaal. Bericht über die Ausgrabungen in den Jahren 1911 und 1913, IAfE 24, 19-40.

Hetherington, P.B. (1967) Mosaiken - mit 51 farbigen Abbildungen; R. Löwit, Wiesbaden

Jeneson C. F.  (2013) Exploring the Roman villa World between Tongres and Cologne: A landscape archaeological approach Ubvu Vu NL

Moro  F.  and  Pujia, E ., (2010) The newly applied mortars in mosaic restoration | 2010, mis en ligne le 15 novembre 2010, consulté le 06 novembre 2014. Internet URL : http://ceroart.revues.org/1759

Reghizzi,  M. , S. Lugli, Curina, R. Zanardi, M. , Papazzoni , C. A. Pallante, P. ,Selmo, E.  (2014) Petrography of the Roman mosaic from the Santa Maria Assunta Cathedral, Reggio Emilia, Italy VIII Congresso Nazionale di Archeometria Scienze e Beni Culturali: stato dell’arte e prospettive Bologna 5 - 7 February 2014

Smirniou, M., Verri, G., Roberts, P. , Meek, A. and Spataro, M.  (2010) Investigating the construction methods of an opus vermiculatum mosaic panel .  The British Museum, Technical Research Bulletin, Vol. 4 2010

Vanhoutte, S. and  Vanderhoeven , A.  (2007) Muurschilderingen en mozaïeken; Onderzoeksbalans Onroerend Erfgoed Vlaanderen › Onderzoeksbalans Archeologie:  Romeinse tijd › 5.6 Bronnen › 5.6.2 Archeologische bronnen; Muurschilderingen en mozaïeken› [5.6.2.7]  Onderzoeksbalans Onroerend Erfgoed Vlaanderen online information

Wolters, L.J. E.  Bonten, J.H.  (1998) Boeren, buren, buitenlui : het rijke Romeinse leven van villa Vlengendaal en haar omgeving. Simpelveld-Bocholtz: Heemkundevereniging "De Bongard", 1998